RAW in Picasa
De letter R levert een Picasa-onderwerp op dat slechts voor weinigen van belang is. Bij duurdere camera’s is het immers mogelijk om te kiezen voor RAW-bestanden in plaats de gebruikelijke JPG-bestanden (of soms een combinatie van beide) en de bewering is dat je dan een betere kwaliteit krijgt (zie verder).
Wat je in ieder geval krijgt is een heleboel problemen op je dak, maar los van die technische zaken, is het interessant om te kijken wat je er in Picasa mee kunt doen. Want je kunt via Extra > Opties > Bestandstypen aanvinken dat je dit bestandstype ook wilt gebruiken.

Opmerking 1: elke fabrikant heeft natuurlijk zijn eigen “RAW”, maar Picasa kan met vrijwel alles overweg. Het is natuurlijk interessant om te kijken of RAW-programma’s van de fabrikanten het er beter afbrengen dan Picasa, maar daar heb ik de middelen niet voor. Bovendien zal een programma dat is afgestemd op wensen van professionals altijd meer mogelijkheden bieden dan Picasa, dus vergelijking zou eigenlijk niet eerlijk zijn.
Opmerking 2: in Picasa3 is de ondersteuning van RAW verbeterd. Wat ik merk is dat de Exif-gegevens nu wel overkomen en dat zelfs rode ogen correctie en retoucheren mogelijk is. Het kan ook zijn dat er meer RAW-varianten ondersteund worden, want bij elk nieuw cameramodel verzint de fabrikant wel een andere RAW-codering. Maar dat betekent ook dat als Canon met de zoveelste variant komt, dat je dan in Picasa teleur-gesteld kunt worden en moet wachten tot één van de volgende upgrades.
RAW-bestanden zijn groot – zeg maar ongeveer eventueel megabytes als je camera megapixels heeft. Dus je geheugenkaartjes raken sneller vol dan met normale JPG-bestanden. En RAW-bestanden moeten eerst worden bewerkt en omgezet in JPG-bestanden voordat je ze kunt laten afdrukken of op een website kunt plaatsen, enzovoort.
Bovendien is er meteen een opslagprobleem: je zult die RAW-bestanden apart van de JPG-bestanden moeten bewaren, want het zijn je digitale originelen (net zoiets als vroeger je “negatieven”) en als je spijt van bepaalde correcties hebt, moet je op die RAW-bestanden kunnen terugvallen.
Dit is dus een extra logistiek probleem, dat je bij gebruik van JPG-bestanden in Picasa niet hebt, want die blijven immers altijd ongewijzigd – althans zolang je de verboden knop Opslaan op schijf niet gebruikt (zie Wijzigingen opslaan).
Voorbeeld

Het bestand heeft 3906x2602 pixels en is 9,4 MB groot (het is een 10 megapixel camera). De bestandsnaam eindigt met de letters CR2 ipv JPG achter de punt (de “extensie”).
Picasa kan dit bestand ook gewoon zichtbaar maken en je kunt het ook gewoon bewerken:

Na de gebruikelijke (kleine) correcties, ziet het resultaat er zo uit:

Om er nu voor alle toepassingen een bruikbaar JPG-bestand van te maken, moet ik dit resultaat in Picasa exporteren naar een tijdelijke map en daar vind ik dan dit JPG-bestand:

Er zijn nog 3572x2462 pixels over en de kwaliteit is perfect gebleven. De bestandsgrootte hangt af van de compressiefactor die je bij exporteren kiest. In de stand “Auto” leverde dit een jpg-bestand van slechts 1,9 MB op.
Opmerking: kwaliteit 90% is een gebruikelijk instelling en dat leverde in dit geval een bestand van 2,5 MB op en dat is een normaal gemiddelde voor bijgesneden foto’s uit een 10 megapixel camera.
De volgende RAW-opnamen kun je op dezelfde manier afwerken en daarna moet je die JPG-bestanden naar je actuele jaarmap waarin zich ook je eerder gemaakte JPG-bestanden bevinden slepen. De originele RAW-bestanden kunnen in de map blijven waarin je ze bij importeren hebt geplaatst, bijvoorbeeld in de map 2009R.
Conclusie
Van RAW wordt dus beweerd dat je kwalitatief betere resultaten krijgt omdat je veel meer belichtingsspeel-ruimte hebt en zelfs onder- of overbelichte foto’s nog goed kunt krijgen, terwijl dat bij jpg-bestanden vrijwel onmogelijk is. Dat is ook zo en dat komt doordat je de beperkingen van de jpeg-processor in je camera voor bent en direct het volledige bereik van de ccd-sensor ter beschikking hebt (in digitale bewoordingen: je hebt een lichtbereik van 12-14 bits ipv 8 bits en dat is een verschil van tenminste een factor 16).
En nu hangt het maar van de kwaliteit van jouw fotoprogramma en van jouw deskundigheid af in hoeverre die je “betere kwaliteit” ook werkelijk kunt benutten en zichtbaar maken, want anders heeft al dit gedoe weinig zin. Het gaat dan met name om het programma-onderdeel dat “RAW-convertor” wordt genoemd.
Als je dus persé zo “professioneel” wilt werken, moet je er ook maar wat voor over hebben en zorgvuldig testen of je met de RAW-convertor die bij je camera is geleverd of desnoods met Adobe-RAW meer kunt doen dan in Picasa mogelijk is en dat mag je eigenlijk wel verwachten. Voor alle overige gemakkelijke en praktische toepassingen kun je dan uiteraard gewoon Picasa blijven gebruiken.
Opmerking 1: bij Adode-RAW kun je er na initiële bewerking voor kiezen om verliesvrije psd-bestanden te maken voor latere afwerking in Lightroom of Photoshop. Maar in de eerste afbeelding kun je zien dat Picasa ook overweg kan met psd-bestanden, bijvoorbeeld om ze even snel om te zetten in jpg-bestanden voor een cadeau-cd of voor Picasaweb.
Opmerking 2: op het internet kun je heel veel informatie over RAW vinden, ook op Wikipedia. En er zijn natuurlijkook eenvoudige en ingewikkelde boeken over dit complexe onderwerp.
Open deze tekst als PDF