Natuurfotografie
Natuurfotografie cursus
Wat is een natuurfotograaf?

Materiaal
Inleiding
Camera
Lenzen
Statief
Flitser
Macro hulpstukken
Camera filter
Fototas
Prullenbak

Techniek
Inleiding
Macrofotografie
Scherpstellen
Belichten
Rekenen in stops
Telewerk
Gebruik scherptediepte
Flitsen
Intro natuurfotograaf

Disciplines
Inleiding
Landschap
Tips telewerk

Compositie
Inleiding
Beeldonderdelen
Plaatsing onderwerp
Diverse aspecten

Tips
Belangrijke tips
Birdpix fotoboek 7
Gedrag en ethiek
Uitlenen voor publicatie
Vogelboek Birdpix 5
Workshop of cursus

Verder kijken
Sites natuurfotografie
Vogelfotografie fotografen
Beeldbanken
 
Met scherptediepte krijgt een natuurfoto een extra dimensie
Wilde hamster in graanveld

Met scherptediepte krijgt een natuurfoto een extra dimensie
Silhouet van een kraanvogel
 Met scherptediepte krijgt een natuurfoto een extra dimensie
Vale vleermuis in vlucht
Scherptediepteschaal foto
Weide met schapen (veel scherptediepte)
Met scherptediepte krijgt een natuurfoto een extra dimensie
Weide met schapen (weinig scherptediepte)
 Met scherptediepte krijgt een natuurfoto een extra dimensie
 Kamsalamander onder water
Met scherptediepte krijgt een natuurfoto een extra dimensie
Slechtvalk op industrieterrein
Met scherptediepte krijgt een natuurfoto een extra dimensie
Sporenkapsels
Met scherptediepte krijgt een natuurfoto een extra dimensie
Geelsprietdikkopje
 
 

Met scherptediepte krijgt een natuurfoto een extra dimensie

Distelvlinder
Foto's: Rollin Verlinde - Vildaphoto
 

Gebruik van scherpte-diepte

Scherpte diepte, scherptediepteschaal, termen die iedere fotograaf wel kent, maar weinigen kunnen het ten volle benutten. En toch, een foto staat of valt ermee. Laten we eerst eens bekijken wat scherptediepte juist inhoudt, en nadien wat we ermee kunnen doen.

Scherptediepte, wat is dat?

Scherptediepte is het gebied in een foto dat scherp lijkt. In principe staat de lens scherpgesteld op een bepaalde afstand, en alles wat zich op die afstand bevindt zal scherp zijn, maar voor en achter die afstand is nog een bepaalde zone waarin het nog enigzins scherp is.

Degenen die bekend zijn met dit verschijnsel weten ook dat deze zone groter wordt als de diafragma-opening verkleint (hetgeen klopt). Bovendien zal deze zone ook steeds groter zijn bij een lens met kleinere brandpuntsafstand (hetgeen dan weer niet klopt). Om goed te begrijpen waar het over gaat moeten we snappen wat "scherp" en "onscherp" juist is, en hoe een beeld op de film wordt geprojecteerd. 

Projectie van een lichtbundel

Op het bovenste deel van de figuur op de volgende pagina wordt geïllustreerd hoe een lichtbundel wordt gebroken door een lens en op een filmvlak (volle bruine lijn) wordt geprojecteerd. De bundel komt samen op het filmvlak, dus het onderwerp zal scherp afgebeeld zijn. Als nu de afstand van de lens tot het filmvlak wat verandert (gestippelde bruine lijn), omdat er op iets anders scherpgesteld is bijvoorbeeld, dan komen de bundels niet meer samen in het filmvlak en de boel is onscherp. Je kan ook zien dat het licht geen puntje maar een vlek gaat vormen op de film (rood lijntje).

scherptediepteschaal

De figuur daaronder toont wat er gebeurt als het diafragma wat kleiner is, het vlekje dat zogezegd onscherp is wordt kleiner. Het onderwerp waarop niet is scherpgesteld zal hierdoor wel scherper lijken dan bij de bovenste situtaie. Immers, hoe meer het afgebeelde punt op het echte punt lijkt, hoe scherper het beeld.

Waneer is een foto scherp?

Tot het onscherp vlekje een bepaalde grootte bereikt blijven we het "scherp" vinden. De resolutie die het gemiddelde menselijke oog kan onderscheiden is 1/16 mm. Dus twee puntjes die die grootte hebben gescheiden door 1/16 mm zien we als één puntje.  Echter, de industrie neemt 1/6 mm als referentie, en men gaat ervan uit dat een negatief ongeveer 5 maal wordt vergroot tot een foto. Op de foto moet een punt dus maximaal 1/6 mm groot zijn (anders is het geen punt meer), dus op het negatief moet dat dan 5x kleiner zijn, zijnde 0.033 mm. Met andere woorden, enigzins wetenschappelijk uitgedrukt, wordt op de dia scherp beschouwd datgene wat detail laat zijn kleiner of gelijk aan 0.033 mm. Als zeer kleine puntvormige details als vlekjes worden afgebeeld is het niet meer scherp. Op de foto's hiernaast van de schapen in de wei kun je duidelijk het verschil zien tussen het gebruik van veel scherptediepte en van weinig scherptediepte (verschillende brandpunten en diafragma's).

Drie algemene regels

1. er is maar één vlak echt scherp
2. er is een zone aan weerszijden van dat vlak dat scherp genoeg is om scherp te lijken, en met name 1/3 voor scherptevlak, 2/3 erachter. Dus scherpstelvlak op 10 m, scherptediepte is 6 meter => dan is alles scherp tussen 8 (2 meter ervoor) en 14 meter (4 meter erachter).
3. vanaf dan wordt alles onscherper en onscherper. Hoe verder van het scherptevlak, hoe meer flou het beeld wordt.

Met scherptediepte staat of valt de foto

Het is dus ONTZETTEND belangrijk de scherptediepte goed te kiezen. En daar dient dus ons diafragma voor. En niet om de belichting aan te passen! Een goede fotograaf gebruikt zijn diafragma om zijn scherptediepte te kiezen, en past dan zijn sluitertijd aan om een goede belichting te bekomen. Dat is ook de reden waarom je ALTIJD een statief moet meenemen, want als je een klein diafragma nodig hebt voor een grote scherptediepte, dan heb je een lange sluitertijd. Werk je vanuit de hand, dan werk je omgekeerd : snelle sluitertijd en dan zie je wel welk diafragma je hebt. Verkeerd !! Hoe weet je nu hoe je je scherptediepte het best kiest? Wel, je onderwerp is best zo scherp mogelijk. Als je achtergrond van geen belang is voor de foto moet die zo onscherp mogelijk zijn. Je moet dus een diafragma kiezen dat de twee combineert. Niet gemakkelijk!

Scherptediepte-controle

Om het perfecte diafragma te kiezen moet je in feite je beeld al kunnen zien zoals het op dia komt: met het diafragma gesloten. De wat betere toestellen hebben daarvoor een "scherptediepte controle knop". Deze kan het diafragma sluiten voordat de foto wordt gemaakt en zo kan je inschatten wat scherp wordt en wat niet. Het beeld verdonkert echter sterk (iedere stop = 1/2 licht). Een rubberen oogschelp op je zoeker kan wonderen doen, en wat nog beter is: je jas of hemd over je hoofd én toestel trekken. Zo word je niet verblind door omgevingslicht. Ik kan niet benadrukken hoe belangrijk het is die scherptediepte goed te kiezen. Neem er dus je tijd voor en als dat betekent dat je voor een zwam als een halve gare op de grond moet liggen met je jas over je kop, doe dat dan. Als je toestel zo geen knop heeft heb je een probleem. Er zijn oplossingen, maar het blijven lapmiddelen. Als je een Nikon hebt, sluit het diafragma zich ook als je de lens wat losdraait. Je drukt op de bajonetknop en draait de lens een kwartslag, maar niet genoeg om hem eraf te nemen. Dan kijk je door je zoeker en je diafragma is gesloten. Je lens wel blijven vasthouden!

Grotere vergrotingsmaatstaf,

kleinere scherptediepte.

Een tweede factor die meespeelt naast het diafragma. Hoe groter je iets in beeld wilt, hetzij met een 600 mm, hetzij met een 20 mm, hoe minder er scherp zal zijn. Vooral een groot probleem in macro (laten we het maar toegeven : het grootste probleem). Het is een misverstand te denken dat een groothoek een grotere scherptediepte heeft dan een tele. Dat is niet correct. Het is gewoon zo dat met een tele meestal alles groter wordt afgebeeld, en dat de beeldhoek kleiner is. Een kleinere beeldhoek wil zeggen relatief minder achtergrond en dus minder detail.  Laten we onderstaande figuur eens bekijken. Dezelfde scene (bolletje met zwartwit raster erachter) wordt gefotografeerd met een groothoek en een telelens. Het bolletje staat even groot in beeld, en de achtergrond is even onscherp (vergelijk de randen van de zwarte vlekken). Bij de tele is er gewoon minder achtergrond te zien, dus het is rustiger. Niet omdat het onscherper is, maar omdat er minder details worden getoond.

Dit pricipe wordt veel toegepast door macro-fotografen. Een macro-telelens creëert lekker rustige achtergronden, terwijl een 60 mm macro meer van de achtergrond laat zien. Het kan allebei zijn voordelen hebben. Bij het geelsprietdikkopje hiernaast kan je zien dat de achtergrond niet afleidt. Hij is mooi rustig met een effen kleur groen. Alle aandacht komt op het insect te liggen. De volgende foto van een distelvlinder is veel minder geslaagd, allerlei bleke lijnen staan nogal opvallend in de achtergrond. Hier is een 50 mm gebruikt in plaats van een 200 zoals hierboven. Je ziet hoe zo'n scherptediepte en achtergrond een geweldige invloed heeft.

Hyperfocale afstand

Bij landschapsfotografen een gekend begrip. Deze afstand is in feite "de kortste scherpstelafstand bij een bepaald diafragma waarbij oneindig nog binnen de scherptediepte valt". Bekijk eens de twee volgende foto's. De eerste laat de bovenkant van een 50 mm lens zien, scherpgesteld op oneindig (de platte acht dus). Maar als ons diafragma f1/22 is, is dat nogal zonde. Een flink deel van de scherptediepte valt achter oneindig (links van de verticale witte lijn) Je moet namelijk de twee kleine 22-getalletjes bekijken en de lijntjes geven het scherptebereik aan op de afstandsschaal. Nu valt er natuurlijk het eenenander te filosoferen wat er achter oneindig wel allemaal mag liggen, maar uit mijn ervaring blijkt alleszins dat daarvan niks op de foto komt. Als je de foto rechts bekijkt dan is er scherpgesteld op ruwweg 4 meter. Het diafragma is f1/22 en....oneindig is nog steeds scherp !! En bovendien valt de scherptediepte nu tot ongeveer 2 meter aan de andere kant van ons scherpstelvlak, in plaats van bij 4 meter in de eerste situatie.
1. scherpgesteld op oneindig scherptediepte = oneindig tot 4 m
2. scherpgesteld op 4 meter scherptediepte = oneindig tot 2 m
Je zal beseffen dat de tweede situatie, indien we streven naar een zo groot mogelijke scherptediepte, veel interessanter is. Die 4 meter is de hyperfocale afstand bij een 50 mm op f1/22.

Meer over fotografie

Kijk ook eens bij de online basiscursus fotografie met goede tips en suggesties voor het gebruik van uw digitale camera.

PiXperience - natuurfotografie evenement

De PiXperience is een veelzijdig natuurfotografie evenement voor iedereen met passie voor natuurfotografie. Lezingen, presentaties, workshops, demonstraties, seminars.

Dia's scannen

In dit digitale tijdperk zijn er steeds meer mensen die hun oude dia's scannen en zo digitaliseren. Hiervoor heb je een diascanner nodig. Je kunt het scannen van dia's ook door een gespecialiseerd bedrijf laten doen. Dan betaal je meestal een klein bedrag per dia. Je bent dan wel in één keer klaar met deze tijdrovende klus.

Film maken

Met je smartphone kun je gemakkelijk kleine filmpjes maken. Maar als je van al die losse filmpjes één film wilt maken, wordt het al lastiger. Daar heb je speciale software voor nodig, zoals bijvoorbeeld Pinnacle. Je kunt ook een film maken van een serie foto's. Dan kan gemakkelijk met Picasa van Google.

Fotoshop

Wil je foto's bewerken, dan heb je daar speciale software voor nodig. Je kunt dan kiezen voor Fotoshop of voor een gratis programma zoals als Picasa. Een betaald programma heeft doorgaans meer mogelijkheden en wordt veel door professionals gebruikt. Maar ook gratis software kent steeds meer functies. Als je weinig functies nodig hebt, kun je wellicht met gratis fotosoftware uit de voeten.






Meer over dit onderwerp

Fotoprinter polaroidFotoprinter PoGo: Polaroid mobiele fotoprinter
Seminar fotografieSeminar fotografie - digitale camera workshops
Mok met fotoMok met foto bedrukken - foto mokken bestellen