Natuurfotografie
Natuurfotografie cursus
Wat is een natuurfotograaf?

Materiaal
Inleiding
Camera
Lenzen
Statief
Flitser
Macro hulpstukken
Camera filter
Fototas
Prullenbak

Techniek
Inleiding
Macrofotografie
Scherpstellen
Belichten
Rekenen in stops
Telewerk
Gebruik scherptediepte
Flitsen
Intro natuurfotograaf

Disciplines
Inleiding
Landschap
Tips telewerk

Compositie
Inleiding
Beeldonderdelen
Plaatsing onderwerp
Diverse aspecten

Tips
Belangrijke tips
Birdpix fotoboek 7
Gedrag en ethiek
Uitlenen voor publicatie
Vogelboek Birdpix 5
Workshop of cursus

Verder kijken
Sites natuurfotografie
Vogelfotografie fotografen
Beeldbanken
 
Natuurfotografen hebben de keus uit verschillende flitsers
Schreibervleermuis in de nacht

Natuurfotografen hebben de keus uit verschillende flitsers
Slechtvalk op een industrieterrein
Natuurfotografen hebben de keus uit verschillende flitsers
Detialfoto van een denappel
 
Natuurfotografen hebben de keus uit verschillende flitsers
Eikenpage op eikenblad
Natuurfotografen hebben de keus uit verschillende flitsers
Hazelmuis
Natuurfotografen hebben de keus uit verschillende flitsers
Reuzenzwam op bosbodem
Natuurfotografen hebben de keus uit verschillende flitsers
Nieuwsgierige bunzing
Foto's: Rollin Verlinde - Vildaphoto
 

Flitser

Goed flitsen is een vrij technische bezigheid. Voordat je mooie flitsfoto's kan maken moet je daar toch iets over gelezen hebben. Een flitser werkt als volgt: een flitser bestaat uit een gasgevulde buis waar een korte stroomstoot onder hoogspanning doorheen wordt gestuurd. Dit resulteert in een oplichten van het gas in de buis en het belichten van ons onderwerp.

Gewone batterijen kunnen dergelijke stroomstoten niet geven en er wordt gebruik gemaakt van een condensator, een electronisch component dat stroom langzaam verzamelt en dan ineens allemaal tegelijk kan afgeven. Een flits moet daarom bij iedere flitsbeurt even opladen.

Rekenen met een flitser

De eerder genoemede condensator geeft gewoon alle opgeslagen energie af. De flitsbuis geeft daarop een vaste hoeveelheid licht. Telkens weer evenveel. Als je dus de afstand tot het onderwerp kent, dan weet je hoeveel licht uiteindelijk terug bij de film komt. Afhankelijk van het diafragma natuurlijk. De sterkte van de flits wordt bepaalt door middel van het "richtgetal". Het richtgetal is het product van de afstand tot het onderwerp (brandpuntsafstand) en het diafragma. Brandpuntsafstand en diafragma zijn de enige belangrijke getallen bij het flitsen. Het klinkt moeilijk maar dat is het niet. Stel, een flits heeft richtgetal 36 en het onderwerp staat op 5 meter afstand (brandpuntsafstand = 5). Dat geeft de volgende berekening: 5 maal X(diafragma) = 36  dus X(diafragma) = 7,2

Oefening

Stel, je wil een das fotograferen met een flits met richtgetal 45 (ISO 100). Dat beest zit daar op vijtien meter afstand in het bos te stoeien. Welk diafragma moet je gebruiken? Wel : 45/15 = 3, dus 2,8.

Het is overigens onzin om een flits te gebruiken in een concertzaal, bij een voetbalmatch en helemaal bij een zonsondergang! De praktisch haalbare grens bij het flitsen is namelijk zo'n 20 m.

Hoe weet je nu welk richtgetal je flits heeft? Dat staat meestal in de gebruiksaanwijzing. Het richtgetal in onderstaand voorbeeld van een willekeurige camera is ongeveer 23. Dit getal blijft altijd ongeveer hetzelfde omdat bij elk diafragma een bepaalde afstand hoort.

 

f m richtgetal
2 12 24
2.8 8 22
4 6 24
5.6 4 22
8 3 24
11 2 22
16 1.5

24

Camera rekent tegenwoordig zelf

Het bovenstaande ziet er allemaal niet zo simpel uit en dat is het ook niet. Concreet komt het er op neer dat je dus de afstand tot je onderwerp moet berekenen, je deelt het richtgetal door die afstand, je stelt die berekende afstand (het diafragma) in op je lens en je maakt de foto. Voor een fotograaf goed om even te begrijpen maar gelukkig rekent de camera deze dingen tegenwoordig zelf uit.

We hebben het nu nog niet over de sluitertijd gehad maar die speelt hier ook niet mee. De hoeveelheid licht wordt in het donker namelijk niet bepaald door hoelang de sluiter openstaat, maar uit de hoeveelheid licht dat door de flits wordt afgegeven. De camera geeft een signaal aan de flits als de sluiter volledig open is, de flits flitst en de sluiter gaat weer dicht.

De automatische flits

Een camera heeft tegenwoordig van voren, onderaan, een klein oogje. Dat is een lichtgevoelige cel. Het is namelijk zo dat het flitslicht niet alleen een bepaalde lichtsterkte heeft, maar die flits ook een tijd lang laat duren. Dat hangt dan weer af van de sterkte van de condensator. Meestal zijn de tijden vrij kort, tussen een vijfhonderdste en een tienduizendste van een seconde. De sterkte van het licht van de lamp is niet variabel, maar de tijdsduur wel. Als je dus een foto maakt met een automatische flits, zal de flitslamp beginnen te branden op het moment dat de sluiter volledig open is. Dan gebeurt stapsgewijs het volgende:

  • De lichtgevoelige cel in de flits meet hoeveel licht er wordt weerkaatst door de omgeving. Op de flits is de gevoeligheid van de film en het diafragma ingesteld.
  • De computer in de flits berekend hoeveel licht er nodig is om de film goed te belichten
  • De computer stopt de flits op het moment er genoeg licht is gegeven, afhankelijk van hoeveel je onderwerp terugkaatst. Staat het onderwerp vlakbij dan wordt er veel licht teruggekaatst en zal de flits vrij kort zijn. De cel zal immers al snel beslissen dat er ook genoeg licht op de film gevallen is

Problemen bij automatische flits

Toch zijn er nog problemen te verwachten. Stel dat je je diafragma verandert op de lens, dan moet je telkens het diafragma op de flits mee veranderen. Want er moet een andere hoeveelheid licht worden gegeven. De computer in de flits moet immers over de juiste gegevens beschikken, en het ingestelde diafragma kennen is zeer belangrijk. Tweede probleem: de lichtgevoelige cel ziet niet hetzelfde als je film. Als je met een telelens fotografeert ga je slechts een klein deel van de omgeving in beeld hebben, terwijl de lichtcel de complete omgeving meet. Nog een laatste nadeel tenslotte, vooral vervelend voor natuurfotografen is dat je in macro zelden weet welk effectief diafragma je aan het gebruiken bent (zie macro). Je kan dat dus niet instellen op de flits.

 

Automatische flits TTL-flits

De TTL flits

De recentste generatie flitsen zijn voorzien van de TTL-technologie (through the lens). De flits zelf berekent niks meer, het wordt deze keer allemaal door de camera gedaan. Het eerste grote voordeel is dat de camera natuurlijk steeds over de juiste gegevens beschikt. Het tweede voordeel is dat er binnenin de camera een lichtgevoelige cel op de film gericht is die meet hoeveel flitslicht nu werkelijk de film bereikt. Er wordt dus enkel gemeten op hetgeen je fotografeert. En dit ongeacht de afstand van het onderwerp tot de camera, het gebruikte diafragma, de fliters, balgen, tussenringen of andere gadgets. Je moet er alleen voor zorgen dat je onderwerp niet te veraf staat. Dan kan het immers gebeuren dat de hoeveelheid licht ontoereikend is om de film genoeg te belichten. Wat gebeurt er als je je ontspanknop indrukt?

  • spiegel klapt op en het diafragma sluit
  • sluiter gaat open
  • als sluiter geopend is ontsteekt de flits
  • flitslicht komt door de lens op de film terecht
  • een deel van het flitslicht kaatst van het filmvlak af op de sensor die in de bodem van de camera zit
  • op het moment dat die sensor, rekening houdende met de gevoeligheid van de film, berekent dat er genoeg licht op de film gevallen is dan
  • geeft hij de flits een signaal om te stoppen
  • de sluiter sluit,
  • de spiegel klapt naar beneden en het diafragma opent terug
  • je hebt een mooie foto gemaakt

Tot slot

Sommige flitssystemen gaan bovendien nog voor de foto wordt gemaakt al een voorflits afvuren. Het licht daarvan weerkaatst op de sluiter die speciaal voor dit doel een middengrijze tint heeft gekregen. De camera heeft zo al op voorhand een idee hoeveel licht moet gegeven worden, en moet met de definitieve flits enkel nog wat bijsturen indien nodig. Dat is vooral bij digitale camera's nuttig, want chips reflecteren naar het schijnt slecht. Je kan op zo'n flits vanalles instellen, maar indien hij op TTL staat ingesteld wordt dus alles door de camera geregeld. Bij superflitsen past de flitskop zich zelfs aan aan de brandpuntsafstand van je lens, hij krijgt de ISO-waarde van de film doorgespeeld van de camera, alsook het ingestelde diafragma. Dit zijn technische wonders, maar een toestelletje zoals dat hiernaast kost een slordige € 550. Meer dus als velen aan hun vfoto-uitrusting willen besteden. Uiteindelijk zal, denk ik, enkel een TTL-flits je toelaten consequent mooie beelden te maken met flitslicht. Zeker de moderne generaties TTL-flitssystemen van Nikon, Canon, Minolta enzoverder zijn zeer ver ontwikkeld en werken zeer goed.

Spiegelreflex camera tips: er is meer dan de automatische stand

Hoor jij ook vaak mensen in je omgeving zeggen dat ze zo blij zijn met hun nieuwe digitale camera? Vaak komt dat omdat een dergelijke camera zo gemakkelijk mooie foto’s maakt met behulp van het automatische programma.

Natuurlijk zijn deze eigenschappen van een camera ideaal. Dit geldt met name als je nog niet veel fotografie ervaring hebt. Er is echter meer mogelijk door eens af te stappen van de automatische stand. Je foto's worden dan met enige oefening nóg mooier. Lees er meer over in het artikel met spiegelreflexcamera tips.






Meer over dit onderwerp

CompactcameraCompactcamera of spiegelreflex camera kopen?
Praktijkboek WildlifefotografiePraktijkboek Wildlife fotografie - dieren fotograferen tips
UitvaartfotografieUitvaartfotografie - tips voor foto's bij een uitvaart