|
Sampler Een quilt die bestaat uit verschillende
blokken.
|

Sampler |
|
|
Sandwich Een woord voor de 3 lagen van
een quilt: de bovenkant, de vulling en de
onderkant.
Sashiko quilting Een vorm van
quilten waarbij vaak met wit of ecru borduurgaren op donkerblauwe stof wordt
geborduurd. Wordt veel in Japan gedaan.
|

Sashiko quilting |
|
|
Sashing Stroken stof tussen de blokken. Tussenbanen.
|

Sashing |
|
|
Satin Stitch Een zigzagsteek, heel dicht op elkaar, voor
afwerking van rafelranden. Dit wordt ook vaak bij applicatie
gebruikt.
Schaduwborduurwerk
Borduurwerk op halfdoorzichtige stof.
Schering
De draden in een geweven stof die in lengterichting op het weefraam lopen.
Scrap quilt Een quilt gemaakt van
restjes stof, vaak overgebleven van eerdere
werkstukken.
|

Scrap quilt |
|
|
Seam Allowance De naadtoeslag die
aangeknipt wordt. Bij het quilten is dit meestal ¼ inch (1 inch = 2,54 cm).
Selvage or Selvedge De zelfkant van de stof. Deze is
dichter geweven dan de rest van de stof.
Seminole piecing Een techniek waarbij gesneden stroken aan elkaar genaaid
worden. Deze stroken worden in kleinere stukken gesneden en dan iets verschoven
van elkaar weer aan elkaar gezet worden. Afkomstig van de Seminole Indianen in
Florida.
|

Seminole piecing |
|
|
Setting De rangschikking van blokken voor een quilt.
Blokken kunnen op de punt geplaatst worden, met tussenbanen, naast elkaar
etc.
Shadow Appliqué Schaduwapplicatie. Hierbij wordt er een
dunne doorzichtige stof, zoals organza, over het geappliceerde motief
heengenaaid. Hierdoor wordt een apart effect bereikt.
|

Shadow Appliqué |
|
|
Sharps Naalden voor patchwork en applicatie. Dunne
naalden met een scherpe punt.
|

Sharps |
|
|
Signature Quilt Een quilt van blokken waar iets op
geschreven of getekend is door degene die de quilt maakt, of door familie of
vrienden. Wordt ook wel Friendship Quilts genoemd.
Splitgaren
Een losjes getwijnd, enigszins glanzend zesdraadskatoen. Voor fijn borduurwerk splijt men de draden in tweeën of drieën. |

Signature Quilt |
|
|
Splitzijde
Puur zijde dat op splitgaren lijkt, maar meer glans heeft.
Stack and Whack
Een techniek waarbij steeds stukken uit
de stof geknipt worden, die zo gelegd worden dat er een kaleidoscoop effect
bereikt wordt. |

Stack and Whack |
|
|
Stained Glass Technique Glas in
lood techniek waarbij vaak zwart biaisband wordt gebruikt om stukjes af te
bakenen.
Meer glas-in-lood-quilts op de volgende site: http://www.kameleonquilt.com/gallery/sgquilts.htm
|

Stained Glass Technique |
|
|
Stippling Een manier van quilten waarbij lijnen dicht bij
elkaar gequilt worden. De quilt wordt hier plat van.
|

Stippling |
|
|
Stitch in the ditch Een manier van quilten in de
naad.
|

Stitch in the ditch |
|
|
Stopvoetje
Een speciaal voetje voor de naaimachine waarmee uit de vrije hand genaaid/doorgequilt kan worden.
Strip piecing
Een tijdbesparende methode. Stroken stof worden met de naaimachine genaaid. Alle stukjes worden voetjebreed
aan elkaar genaaid. |

Strip piecing |
|
|
Summer Quilt Een quilt zonder
tussenvulling.
|