Armoedige "nullen en enen"
Van mijn beschouwende blogs heb ik dit bijzondere stukje behouden.
Let op: de informatie hieronder en in de linker kolom is bedoeld voor Picasa2.
Voor actuele informatie zie Armoedige “nullen en enen”
Michiel Hegener publiceerde in de NRC-Cultuur van 9 maart 2007 een interessante beschouwing over de teloorgang van het "schilderachtige" in de fotografie door de opkomst van de digitale camera.
Opmerking: digitale foto’s bestaan net als andere computerbestanden uit eindeloze reeksen, schijnbaar betekenisloze "nullen en enen” (bits) - bij kleurenfoto’s in 3 groepjes van 8 per beeldpunt (“pixel”) – vandaar de titel van zijn stukje.
Maar hij bedoelt eigenlijk dat bij de overgang van de ambachtelijke zwart-wit fotografie van vroeger naar de automatische kleurenfotografie van nu zoveel scheppende kwaliteit verloren is gegaan, dat je met recht van “armoede” kunt spreken. Maar is dat eigenlijk wel waar?
Als voorbeeld noemt hij twee beroemde fotografen uit die ambachtelijke tijd: de Amerikaan Ansel Adams (1902-1984) en de Fransman Henry Cartier-Bresson (1908-2004) van wie er kort geleden in Amsterdam nog een boeiende overzichtstentoonstelling was.
Maar een grotere tegenstelling is al niet denkbaar: Adams werkte altijd met een grootbeeldcamera of statief en maakte prachtige verstilde landschapsfoto’s. Hij was dus minstens een kwartier bezig om zijn camera op te stellen en moest daarna misschien nog uren op de juiste lichtval wachten. Dan maakte hij bijvoorbeeld dit:

Bresson werkte echter met een kleinbeeldcamera (natuurlijk een Leica) en legde met een nauwkeurige nonchalance mensen in stad en land vast - zelden geposeerd, maar gewoon op het juiste moment en bij toeval bij de juiste lichtval. Hij maakte bijvoorbeeld dit:

Zwart-wit
Beiden zullen in hun doka het definitieve beeld hebben gecomponeerd dat hun bij de opname al voor ogen stond: uitsnede, papiergradatie, belichting en eventuele bijzondere ingrepen. En beiden hadden het voordeel dat kleur nog geen dominante rol speelde, want “zwart-wit” zorgde al voor een abstractie van de werkelijkheid en bij het juiste licht kregen die foto's vanzelf een schilderachtige sfeer. Weliswaar is het dan nog altijd een kunst om er een topfoto van te maken, maar je hebt al wel veel mee.
Maar hoe dan ook: elke foto was een lange weg die slechts door enkelen werd bewandeld, alleen al vanwege de kosten en de technische complexiteit. Aan het beginpunt van die weg stond altijd het zien van het uiteindelijk beeld nog voordat de camera ter hand was genomen. En dat geldt eigenlijk nog steeds voor een goede fotograaf - ook met een digitale camera.
Als amateur heb ik die weg vaak bewandeld toen ik in 1965 met fotograferen begon en al in 1966 een eenvoudige doka had. Ik verdiepte mij grondig in de techniek en experimenteerde met materialen en processen, bouwde meetapparatuur voor mijn vergroter en deed allerlei tests met het zonesysteem van Adams en schreef daar zelfs artikelen over.
Naast een eigentijdse Nikon spiegelreflexcamera bezat ik ook een oude Topcon-kopie van de beroemde 4x4 Rolleiflex waarmee ik zuinig moest fotograferen want er gingen maar 12 opnamen op zo'n ouderwets rolfilmpje. Maar nog steeds ademen die foto's een bijzonder ambachtelijke sfeer, veel meer dan mijn Nikon-foto’s – hoe mooi die ook konden zijn.
Maar nog extremer en helemaal in de stijl van Adams was het werken met een stokoude balgcamera met 9x12 platen (FP4-vlakfilm van Ilford).
In 1978 stond ik daarmee in de gotische kathedraal van Amiens en maakte na een kwartier instellen deze prachtige opname die de immense hoogte van die kerk bijna voelbaar maakt:

Helaas was het in 1995 door een verhuizing gedaan met mijn doka en toen heb ik ook maar mijn loodzware Nikon-uitrusting van de hand gedaan. Daar kwam een compactere Olympus spiegelreflex voor in de plaats en dat was een erg fijne camera waarmee ik menig kleurenrolletje volgeschoten heb. Maar dat ging toch al de kant op van de huidige digitale kiekjes, want het afdrukken ging buiten mij om en het enige wat ik daarna nog kon doen is verscheuren van de mislukte foto's en bijsnijden van de rest met mijn stokoude papiersnijder.
De schilderachtige 4x4 stond toen al in mijn museumpje omdat er geen filmpjes meer voor te krijgen waren en zo ook de 9x12 omdat ik geen doka meer had om die platen te kunnen ontwikkelen en af te drukken.
Digitale camera
Ik ben het dus wel met Hegener eens dat kleurenfotografie gemakkelijk leidt tot oppervlakkig-realistische foto's (dat noemen we “kiekjes”). Maar dat is eigenlijk niet de schuld van de digitale camera, want die heeft voor mij juist de doka weer doen herleven - maar nu op mijn computerscherm.
Daarbij gaat het helemaal niet om ingewikkelde trucs (“photoshoppen”), maar om de eenvoudige handelingen die je vroeger ook in de doka deed: het beeld inkaderen (recht zetten en bijsnijden), iets meer of iets minder contrast, iets lichter of iets donkerder en soms een “trucje-speciaal”. Dus eigenlijk gewoon wat Adams en Bresson ook deden.
Het is toch vaak een kwestie van op het juiste moment op de juiste plaats zijn en dan kun je met een digitale camera ook dit schilderachtige plaatje maken en dat hoefde nauwelijks gecorrigeerd te worden:

Afdrukken
De digitale camera heeft mij ook verlost van de last van honderden afdrukken, want op mijn scherm zijn die foto’s groter en mooier. Je maakt ze toch in de eerste plaats omdat je er zelf plezier in hebt en dat ze soms ook leuk voor anderen zijn, is dan meegenomen. Voor hen bestel ik dan wat afdrukjes.
Natuurlijk kun je er ook de armoedige “nullen en enen” mee maken die Hegener bedoelde, maar gelukkig geldt nog steeds: “vakmanschap is meesterschap”.
Dus een goede fotograaf blijft toch een zeldzaamheid - zelfs met zo’n ogenschijnlijk gemakkelijke digitale camera. En dat geldt ook voor het werken met een duur programma zoals Photoshop dat toch vooral is gemaakt voor de behoeften van de vakmensen die van hun werk moeten leven!
Kwaliteit
Amateurs hebben natuurlijk ook oog voor kwaliteit. Maar die kunnen gelukkig goed uit de voeten met een minder dure camera en een gratis programma zoals Picasa.
Als je daarmee je fotoarchief het aanzien waard kunt maken, mag je al dik tevreden zijn. Want het is geen enkele kunst om er een zooitje van te maken en deze stukjes gaan er vooral over hoe je dat probleem kunt voorkomen.
Opmerking: via Google en Wikipedia kun je veel informatie over beroemde fotografen vinden en de getoonde foto’s van Adams en Bresson heb ik vrijmoedig aan die sites ontleend.
Voor actuele informatie zie Armoedige “nullen en enen”