Foto's van vogels
![]() |
| Stel altijd scherp op de ogen, een regel uit de portretfotografie die ook bij vogels geldt. |
![]() |
| De vogel uit het midden plaatsen geeft de plaat meer dynamiek. De kijkrichting versterkt dit nog iets. |
![]() |
| Een vogelpark biedt een uitgelezen kans om dichtbij te komen en dieren beeldvullend (of close-up) op de plaat te krijgen. |
![]() |
| De diagonaal van de waterlijn versterkt de compositie. Pas bij een wit verenkleed iets onderbelichting toe om geen detail te verliezen. |
Vogelfotografie vraagt om goede spullen, geduld en doorzettingsvermogen
Bij het zien van de eerste sneeuw gaat het hart van de fotograaf sneller kloppen. Maar voortdurende gladheid en sneeuwschuiven geven de romantiek een geduchte knauw. Ook voor vogels vormt de koude, witte deken een uitdaging. Sneeuw bemoeilijkt de zoektocht naar eten. Gelukkig zijn er de pindanetjes en vetbollen. Een mooie bijkomstigheid: de gevederde vrienden vallen binnen het bereik van de camera. Goed voor een snuffelstage in het vak van de vogelfotografie.
Het duurt een tijdje voordat de vogels een kunstmatige voerplaats ontdekken. Maar al snel komen allerlei soorten mezen, vinken, duiven, roodborstjes, groenlingen, merels en spreeuwen een vorkje meeprikken. Afhankelijk van streek en tuin laten ook de kramsvogel, koperwiek, keep, sijsje en specht zich zien. Misschien komt zelfs de sperwer even langs, al toont die meer interesse in de kleine tafelgenoten dan de vetbol.
Ook al komen er veel vogels voorbij, het zit nog niet mee om ze netjes te kieken. Zijn de beweeglijke diertjes in beeld gevangen, dan is de foto vaak net niet scherp. Of de fiets tegen de schuur staat herkenbaar op de achtergrond. Toch staan vogeltijdschriften keer op keer vol met prachtige, perfect gelukte foto's. Vogelfotografie is dan ook topsport; het vraagt om oefening, geduld en doorzettingsvermogen. Veel succesvolle vogelfotografen begonnen enkel als vogelaar, met laarzen en verrekijker. Pas later kwam daar een camera bij. Daardoor begrijpen ze het vogelgedrag, weten ze min of meer wat ze kunnen verwachten.
Niveau
Op een willekeurige dag met de compactcamera naar de Oostvaardersplassen rijden en in een kwartiertje een winnende vogelplaat schieten is een utopie. Dat op een bepaalde plek vaak ijsvogels zitten, zegt nog niet dat ze zich altijd laten zien. Maar brengt de fotograaf er veel tijd door, dan geven de diertjes iets van hun geheimen prijs; waar ze nestelen, waar ze uitrusten na het vissen.
Begin op niveau, thuis bij de voederplank. Verdekt opgesteld in de tuin of comfortabel achter glas. Beweeg niet, of uiterst behoedzaam. Vogels zijn alert en beducht op plotselingen bewegingen. Plaats wat takken bij de voerplaats, die de beestjes kunnen gebruiken bij het aanvliegen. Om tijdens de maaltijd niet zelf gegeten te worden, controleren vogels de omgeving graag even op katten en roofvogels. Het moment voor de fotograaf om een slag te slaan. De beelden ogen dan veel natuurgetrouwer dan wanneer de vogel op de vetbol zelf zit. Kondigt de lente zich aan, dan dienen de vogels weer zelfstandig hun maaltje bij elkaar te scharrelen.
De soortenrijkdom in de tuin neemt rap af. Ga voor de vervolgstap daarom naar de dierentuin of vogelpark. Daar zijn de beestjes zijn gewend aan mensen, maar ze zitten vaak wel iets verder weg. Voor het echte werk moet de vogelfotograaf echter de vrije natuur in. Omdat vogels daar meestal schuw zijn, gebruiken fanatiekelingen eigen camouflagetentjes. Gelukkig zijn er in bekende vogelgebieden vaak ook openbare schuilhutten (zie vogelkijkhut.nl voor een overzicht).
Vogelfotografie uitrusting
Topsport vraagt naast inspanning ook om een goede uitrusting. Een compactcamera valt in het veld al snel af vanwege het beperkte zoombereik. Een spiegelreflex met teleobjectief is het aangewezen gereedschap. Hierbij geldt dat de kwaliteit van het glaswerk belangrijker is dan de camerabody. Al hebben veel vogelfotografen wel graag een camera met veel megapixels, voor uitsnedes met voldoende beeldpunten. De gewiekste hobbyist heeft het liefst een betaalbaar objectief met een lang brandpunt, hoge lichtsterkte en laag gewicht. Deze vier wensen zijn niet te verenigen zonder flinke compromissen.
Daarnaast is er de keus tussen een objectief met vast brandpunt, of een zoom. In- en uitzoomen geeft flexibiliteit, maar mindere kwaliteit dan vaste objectieven. Een maximaal brandpunt van 500mm komt het meest voor. Een dergelijk,vast objectief van Nikon of Canon kost echter minimaal vijfduizend euro. Alleen daarom al worden veel zoomobjectieven gebruikt, die vanaf duizend euro over de toonbank gaan. Om het gevederde schepseltje zo dichtbij mogelijk te krijgen vergroot het objectief flink. De trillingen die leiden tot bewegingsonscherpte verergeren echter ook. Objectieven met beeldstabilisatie zijn hier flink in het voordeel. Extra stabiliteit in de vorm van rijstzak of statief blijft echter nuttig in de schuilhut.
Kader “Compositie”
De beginnende vogelfotograaf springt een gat in de lucht als de grutto klein maar scherp, midden op de foto staat. Gaandeweg het leerproces gaat compositie echter een grotere rol spelen. De vogel iets uit het midden plaatsen, levert een sterker beeld op. Zorg voor een natuurlijke, rustige achtergrond. De geringe scherptediepte maakt een achtergrond al snel vaag. Maar een drukke achtergrond kan alsnog roet in het eten gooien. Maak creatief gebruik van het lijnenspel van takken. Een diagonaallijn brengt meer dynamiek in de plaat. Zitten de vogels te ver weg, probeer dan een mooie compositie van meerdere dieren te maken. Regels uit de portretfotografie gelden ook hier: stel scherp op de ogen en zorg dat de kijker -voor zover mogelijk- niet neerziet op het onderwerp.
Tekst en foto's: Wessel van Binsbergen. Dit artikel is eerder verschenen in het Reformatorisch Dagblad, een krant voor christenen.
Meer over vogelfotografie
Lees meer over vogelfotografie in de natuurfotografie cursus op www.cursus-fotografie.nl.



